R554f vereist niet alleen een overtreding van C7 of C7b, maar ook dat het bord in verband met werkzaamheden is geplaatst.
Overweeg tijdig administratief beroep tegen de hoogte
Wie een beschikking van €500 heeft ontvangen, kan serieus overwegen binnen de beroepstermijn specifiek de toepassing van R554f te laten toetsen. Daarvoor hoeft niet noodzakelijk te worden bestreden dat C7b is overtreden. De vraag kan juist zijn waarom de verzwaarde feitcode van €500 is toegepast in plaats van de reguliere feitcode R554e van €130.
In het Verkeer kan niet garanderen dat zo’n beroep slaagt. Onze conclusie is uitsluitend dat er juridische vragen bestaan die toetsing verdienen.
De juridische vraag zit in de hoogte van de boete
Wie met een vrachtwagen of touringcar bord C7b bij de Merwedebrug negeert, kan worden beboet. In dit dossier wordt niet automatisch betwist dat het vrachtwagenverbod geldig is of dat C7b moest worden nageleefd.
De afzonderlijke vraag is of voor iedere overtreding de verzwaarde feitcode R554f van €500 mag worden gebruikt. De officiële omschrijving bevat namelijk een extra voorwaarde: C7 of C7b moet zijn geplaatst in verband met werkzaamheden.
Rijkswaterstaat noemt de constructieve veiligheid van de brug als reden voor het verbod. Ook worden aanvullend onderzoek, het uitnemen van staal en werkzaamheden rond de brug genoemd. Uit de beschikbare uitleg blijkt alleen nog niet concreet welke werkzaamheden maken dat juist C7b in verband met die werkzaamheden is geplaatst.
Op 17 september stuurde het CVOM alsnog een inhoudelijk antwoord door dat volgens het OM al op 24 augustus was verzonden. Dat antwoord verduidelijkt de handhavingsprocedure, maar geeft geen concrete juridische toets voor de plaatsing en duur van J16. Juist dat onderscheid is belangrijk.
Hetzelfde bord, twee feitcodes
Het Feitenboekje 2026 vermeldt voor bord C7b twee relevante codes:
- R554e, €130: als bestuurder van een autobus of vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7b.
- R554f, €500: als bestuurder van een vrachtauto of autobus een weg gebruiken in strijd met bord C7 of C7b, waarbij het bord is geplaatst in verband met werkzaamheden.
De aanwezigheid van C7b kan dus de basisovertreding dragen. Voor het verschil van €370 moet ook de aanvullende kwalificatie van R554f uit het dossier blijken.
Welke rol speelt bord J16?
J16 waarschuwt voor werk in uitvoering. Volgens de Uitvoeringsvoorschriften BABW wordt dit bord uitsluitend tijdelijk toegepast.
Dat betekent niet dat J16 iedere dag moet verdwijnen zodra er even niemand zichtbaar werkt. Werkzaamheden kunnen stilliggen terwijl een tijdelijke werksituatie blijft bestaan, bijvoorbeeld door versmalde rijstroken, barriers, geleidebakens, materiaal, inspecties of een aangepast wegverloop.
Maar de tekst van R554f zegt niet dat €500 mag worden opgelegd zodra ergens J16 staat. Er staat dat C7 of C7b in verband met werkzaamheden moet zijn geplaatst. Daarom blijven drie vragen van belang:
- Welke werkzaamheden of tijdelijke werksituatie bestonden op de datum van de overtreding?
- Waarvoor waarschuwde J16 precies?
- Waarom was juist C7b in verband met die werkzaamheden geplaatst?
Wat het OM nu bevestigt over de handhaving
Het nieuwe antwoord van het CVOM bevat een aantal concrete bevestigingen die voor een administratief beroep van belang kunnen zijn:
- Volgens het OM is de aanwezigheid en gelding van J16 noodzakelijk voor toepassing van R554f.
- Boa’s van de opsporingsinstantie controleren periodiek of de vereiste bebording aanwezig is en leggen dat vast in een proces-verbaal van schouw.
- Na een wijziging van de bebording behoort een nieuwe schouw plaats te vinden.
- De opsporingsinstantie levert de overtreding aan en kiest de feitcode, doorgaans via een bevoegde boa.
- Volgens de beantwoorder worden bij de Merwedebrug alle overtredingen afgedaan met R554f. Hij acht het logisch dat vooraf eenmalig is gecontroleerd of aan de voorwaarden is voldaan, en niet opnieuw bij iedere afzonderlijke foto.
- Een betrokkene kan het proces-verbaal van schouw, het bordenplan en andere relevante stukken opvragen.
Dit betekent dat de ANPR-foto niet zelf J16 hoeft te tonen. De aanwezigheid en gelding van het bord kunnen volgens het OM worden onderbouwd met een afzonderlijke schouw.
Daarmee is echter nog niet automatisch bewezen dat C7b in verband met werkzaamheden is geplaatst. Een schouw kan aantonen welke borden aanwezig waren. Voor de verzwaarde feitcode blijft daarnaast relevant waarom C7b met die werkzaamheden verband hield en of dat verband op de datum van de passage nog bestond.
Over de rechtmatigheid van J16 geeft het OM geen definitief antwoord
Op vragen over de plaatsingsvoorwaarden, de maximale duur en het gebruik van J16 bij uitsluitend een constructieve veiligheidsmaatregel antwoordt het OM meerdere keren dat het daar niet over gaat. Die verantwoordelijkheid ligt volgens het OM bij de wegbeheerder, in dit geval Rijkswaterstaat.
De beantwoorder schrijft wel dat de huidige plaatsing zich volgens hem goed tot het BABW lijkt te verhouden, omdat de ernstige omstandigheden nog steeds bestaan. Tegelijk verwijst hij voor de concrete onderbouwing naar Rijkswaterstaat.
Dat is dus geen vaststelling door het OM welke werkzaamheden het verband met C7b vormen. Het antwoord bevestigt vooral de taakverdeling: Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de plaatsing van J16; de opsporingsinstantie schouwt de bebording en kiest R554f; het OM behandelt de handhaving en een eventueel administratief beroep.
Het OM merkt daarnaast op dat een geschil met de wegbeheerder over de plaatsing van borden eventueel civiel kan worden gevoerd. Dat neemt niet weg dat een betrokkene binnen de Mulderprocedure kan laten beoordelen of de opgelegde sanctie en de gekozen feitcode in zijn zaak voldoende door de stukken worden gedragen.
Hoe lang mag J16 blijven staan?
Het voorschrift “uitsluitend tijdelijk” noemt geen vast maximumaantal dagen of weken. Het BABW maakt wel onderscheid tussen de uitvoering van werken, dreigend gevaar en andere dringende omstandigheden van voorbijgaande aard.
Duren de omstandigheden langer dan vier maanden of keren zij regelmatig terug, dan verlangt artikel 37 BABW in beginsel een verkeersbesluit. Die grens maakt J16 niet automatisch ongeldig. Zij zegt vooral iets over de vereiste procedure en juridische grondslag van de tijdelijke maatregel.
Geen werkers gezien is op zichzelf onvoldoende
Een beroep dat alleen luidt “ik zag niemand werken” is niet sterk. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde in 2024 bij een snelheidsovertreding dat op het precieze moment niet daadwerkelijk hoefde te worden gewerkt. J16 stond er en een deel van de weg was met geleidebakens afgezet.
Die uitspraak beslist niet rechtstreeks over R554f. De tekst van deze feitcode stelt de specifiekere eis dat C7 of C7b in verband met werkzaamheden is geplaatst. Sterker is daarom een concreet verzoek om de schouw, werkplanning, verkeersmaatregel en motivering die dat verband op datum en tijdstip van de passage onderbouwen.
De basisovertreding kan blijven staan terwijl de verhoging vervalt
In uitspraken uit 2019 over snelheid bij wegwerkzaamheden liet het hof de snelheidsovertreding in stand, maar wijzigde het de feitcode en verlaagde het de sanctie omdat de verzwarende omstandigheid onvoldoende uit het dossier bleek.
Die arresten gaan niet over de Merwedebrug en vormen dus geen garantie. Ze laten wel zien dat de kwalificatie “bij werkzaamheden” afzonderlijk moet worden onderbouwd en dat wijziging naar de gewone feitcode juridisch mogelijk is.
Gelijke behandeling als aanvullende beroepsgrond
In de beginperiode na plaatsing van de camera’s konden Nederlandse kentekens automatisch worden beboet. Buitenlandse voertuigen konden toen alleen worden beboet wanneer zij werden staandegehouden. Vanaf 1 september konden volgens Rijkswaterstaat ook Belgische, Duitse en Zwitserse kentekens automatisch worden verwerkt; voor kentekens uit andere landen bleef een staandehouding nodig.
Dat levert een reële vraag op over structureel ongelijke handhaving van dezelfde gedraging naar kentekenland. Juridisch gaat het niet rechtstreeks om nationaliteit, maar om het land waar het voertuig is geregistreerd en de mogelijkheid om kentekengegevens te verwerken.
Deze grond is waarschijnlijk minder sterk dan het verweer tegen R554f. De overheid kan aanvoeren dat het onderscheid voortkwam uit een objectieve technische of juridische beperking en dat voor ieder voertuig dezelfde verkeersregel en dezelfde sanctie golden. Het gelijkheidsbeginsel geeft bovendien niet zonder meer recht op een gelijke pakkans.
Toch kan het als aanvullende grond worden aangevoerd, vooral wanneer blijkt dat gedurende langere tijd bewust alleen Nederlandse kentekens automatisch zijn vervolgd zonder voldoende rechtvaardiging. Vraag daarbij om cijfers per kentekenland en om de motivering van het verschil in handhaving.
Wat kan in het administratief beroep worden aangevoerd?
Wie een Mulderbeschikking met de letter M heeft ontvangen, kan binnen zes weken na de verzenddatum administratief beroep instellen bij de officier van justitie. Controleer altijd de termijn en aanwijzingen op de eigen beschikking.
Ik betwist niet zonder meer dat bord C7b moest worden nageleefd. Ik verzoek wel om de feitelijke en juridische onderbouwing waaruit blijkt dat C7b ten tijde van de gedraging in verband met werkzaamheden was geplaatst, zoals R554f vereist. Als dat aanvullende bestanddeel niet voldoende blijkt, verzoek ik de feitcode en sanctie te wijzigen naar R554e en €130.
Vraag daarbij uitdrukkelijk om:
- het proces-verbaal van schouw dat gold op de datum en het tijdstip van de passage;
- het toepasselijke bordenplan en eventuele foto’s van de schouw;
- de stukken waaruit blijkt welke concrete werkzaamheden het vereiste verband met C7b vormden;
- informatie over een nieuwe schouw na wijzigingen in de bebording of verkeerssituatie;
- de motivering waarom R554f is gekozen in plaats van R554e.
Als aanvullende grond kan worden gevraagd waarom dezelfde gedraging in de betreffende periode structureel verschillend werd gehandhaafd naar kentekenland en welke objectieve rechtvaardiging daarvoor bestond.
Dit is geen garantie dat het beroep slaagt. Het proces-verbaal van schouw kan de aanwezigheid van J16 voldoende aantonen en het OM kan nadere stukken over het verband met werkzaamheden overleggen. Contact met In het Verkeer schort de beroepstermijn niet op en vervangt geen individueel juridisch advies.
Al beroep ingesteld? Deel uw ervaring of beslissing
Heeft u al administratief beroep ingesteld tegen R554f bij de Merwedebrug? Neem dan contact op met In het Verkeer, vooral wanneer u inmiddels een beslissing van het CVOM of een uitspraak van een rechter heeft ontvangen.
Wij zijn specifiek geïnteresseerd in:
- de motivering waarom R554f wel of niet van toepassing werd geacht;
- de beoordeling van de rol en gelding van bord J16;
- het proces-verbaal van schouw en het toepasselijke bordenplan;
- de beoordeling of sprake was van werk in uitvoering of van een daarmee samenhangende tijdelijke situatie;
- de uitkomst: bleef €500 in stand of werd de feitcode of sanctie gewijzigd?
Stukken mogen geanonimiseerd worden gedeeld. Naam, adres, kenteken, CJIB-nummer, geboortedatum, handtekening en andere identificerende gegevens hebben wij niet nodig. Deel alleen wat u zelf wilt delen. Neem schriftelijk contact op met In het Verkeer →
Met meerdere beslissingen kan zichtbaar worden hoe het CVOM en rechters deze specifieke situatie in de praktijk beoordelen. Publicatie van dit dossier kan zo nieuwe controleerbare informatie opleveren.
Welke omstandigheden maken dit juridisch een overtreding bij wegwerkzaamheden?
Het OM heeft uitgelegd hoe de aanwezigheid van J16 bij camerahandhaving wordt vastgelegd en wie R554f kiest. Er kan dus niet meer worden gesteld dat OM en CVOM helemaal niet uitleggen waarom R554f wordt toegepast. Een beroep dat uitsluitend luidt “J16 staat niet op mijn foto” is bovendien aanzienlijk zwakker geworden.
De nog openstaande kernvraag is specifieker: welke concrete omstandigheden rechtvaardigen dat de geslotenverklaring op de Merwedebrug gedurende deze periode wordt gekwalificeerd als een overtreding bij wegwerkzaamheden, waardoor R554f en €500 worden toegepast in plaats van de reguliere feitcode en €130?
CVOM legt de verantwoordelijkheid voor de rechtmatigheid, plaatsing en duur van J16 grotendeels bij de wegbeheerder. Rijkswaterstaat blijft daarom belangrijk voor de beantwoording van de onderliggende vraag welk verband bestaat tussen C7b en de werkzaamheden. Totdat die vraag concreet is getoetst, bestaan er naar onze mening voldoende juridische vragen om tijdig administratief beroep serieus te overwegen. Succes is niet gegarandeerd.
Primaire bronnen en rechtspraak
- Schriftelijke beantwoording Parket CVOM van 24 augustus 2026, op 17 september 2026 opnieuw aan In het Verkeer toegezonden
- OM, Feitenboekje 2026, R554e en R554f
- BABW, artikelen 34 tot en met 37
- Uitvoeringsvoorschriften BABW, bord J16
- Rijkswaterstaat, handhaving vrachtwagenverbod Merwedebrug
- ECLI:NL:GHARL:2019:7560
- ECLI:NL:GHARL:2019:1192
- ECLI:NL:GHARL:2024:6201
- CJIB, administratief beroep tegen een verkeersboete
